Leigesteentes zijn in een tijdsverloop van miljoenen jaren ontstaan. Uit fijnkorrelig zand dat vanuit de bergen naar de zeeën werd aangevoerd, vormden zich afzettingen in steeds dikker wordende lagen. Deze lagen werden vervolgens steeds dieper in de aardkorst weggedrukt door nieuwe, aangroeiende lagen.
In het daarop volgende proces ontstonden uit de voorhanden zijnde mineralen (voornamelijk klei) langgerekte en plaatachtige kristallen. Met als eindresultaat een nieuw gesteente met een eigen mineraalinhoud en een specifieke gelaagdheid: leisteen.



